Hoofdstuk 342
Toen Leonel iets uitsprak, besefte hij dat hij weer kon praten.
Even verbijsterd zei hij: "Ik kan praten! Ik kan weer praten!"
Leonel was zo opgewonden dat hij zijn huidige situatie vergat, verzonken in de vreugde van het plotseling stom worden en dan weer onverwachts normaal worden: "Broer, bro! Kijk, ik kan weer praten! Ik ben niet meer stom. Ik kan nu praten! Kijk!"