Hoofdstuk 30
Zeke parkeerde zijn auto op de oprit en klemde het stuur stevig vast. Hij voelde de verandering aankomen toen Alexandera's geur hem opnieuw overweldigde. De warmte van haar mond, de kleine kreetjes die ze had gemaakt toen hij haar proefde, hoe ontvankelijk ze was geweest voor zijn aanraking, de manier waarop ze haar lichaam naar het zijne had gevormd terwijl hij zich haastig tegen haar aan had gestrekt.
Hij was er zo dichtbij geweest haar te markeren.
Hij kreunde en sloot zijn ogen. En toen trof de geur van Alexandera's bloed hem weer; die was zo sterk in de beslotenheid van zijn auto dat zijn woede terugkeerde. Hij had daar constant tegen gevochten sinds hij Alexandera voor het eerst bewusteloos zag in het trainingscentrum.